Auteur: <span class="vcard">André</span>

Al heel wat jaren maak ik met heel veel plezier foto’s. Zo nu en dan volg ik een cursus of een workshop om bij te leren en inspiratie op te doen. De laatste cursus die ik heb gevolgd was weer een basiscursus fotografie bij de school voor fotografie in Utrecht. Voor het eerst leerde ik daar anders te kijken naar foto’s; zoals, waar komt het licht vandaan, hoe zit de compositie in elkaar en is de foto onderdeel van een serie of reportage? Ook werden de technieken behandeld zoals het gebruik van diafragma, sluitertijden en ISO en wat dat met foto’s doet. Ondanks dat deze technieken mij wel bekend zijn was het een hele goede herhaling, vooral omdat er ook een samenhang is tussen de technieken.

Een aantal zaterdagen was ik daar op school en maakte kennis met jonge fotografen die, net zo als ik, er heel veel plezier in hadden om de wereld op de plaat te zetten. Ieder deed dit op zijn of haar manier. Het was eigenlijk voor mij de eerste keer dat ik met andere fotografen in gesprek kwam over de foto’s die zij maakten en ook over de foto’s die ik maakte. Deze gesprekken waren heel interessant omdat je dan ontdekt dat je foto’s maakt volgens een (eigen) stijl. Daar waren we met z’n allen wel van overtuigd. Ondanks dat we vaak niet dezelfde beoordeling hadden over de foto’s die we moesten maken, ging je juist door die beoordelingen ook anders kijken naar foto’s. Fotografie is een geweldig sterk middel om ideeën en situaties uit te drukken. Ze spreekt mensen aan die wellicht net de andere kant hadden opgekeken of van die situatie een andere indruk hadden gekregen. Het weten hoe je een foto moet maken is veel belangrijker dan de kennis die je hebt hoe je een fotocamera moet gebruiken.

  • Utrecht Janskerhof

Voor mij is fotografie een middel om heerlijk in mijn eentje door het oude Utrecht te dwalen en deze levende stad en haar mensen op mijn manier te zien en te fotograferen. Een aantal jaren terug ging ik met een groepje mensen fotograferen. We zochten een mooie plek en we gingen er op uit. We hadden een (geheime) facebook groep waarin we de foto’s deelden en commentaar gaven. Een mooie tijd was dat en ik heb veel geleerd, alleen op het eind was het niet meer uitdagend genoeg voor mij en stapte ik uit deze groep.

Fotografie is een soort magie, je toont je fotowerk aan anderen en dan hoop je dat zij het onderwerp en verhaal net zo zien als jij dat zag en dat moment hebt gevangen in een foto alsof de situatie is bevroren. In feite leg je je zelf in een foto en dat kan direct zichtbaar zijn maar het kan ook een gevoel oproepen. Ik houd van geschiedenis en zoek daarin de reden waarom dingen zijn zoals ze nu zijn, maar ook hoe de wereld en maatschappij van nu in elkaar zit. Een foto is een momentopname van het heden wat langzaam verzand in het verleden. Als fotograaf spreek je een taal met je foto’s. Zoveel fotografen, zoveel talen en dialecten en het is maar net de vraag of de kijker dezelfde taal spreekt en begrijpt.

De mens heeft een behoefte om gevoelens uit te spreken en te delen, en met fotografie kan dat zeer goed. Een foto kan een krachtig wapen zijn. Laatst heb ik de expositie bezocht van de “Zilveren Camera 2018” in Hilversum. Indrukwekkend hoe hard foto’s kunnen zijn. Er waren er veel te zien,  deze winnende foto’s zijn de rode draad van 2018. Allemaal foto-momenten van het toenmalige heden, die nu herinneringen oproepen van emotie. De meeste foto’s die te zien waren, waren die van kwetsbare mensen, zoals bejaarde vrouwen die als jonge meisjes dwangarbeid moesten verrichten in de kloosterorde Zusters van de Goede Herder. Maar ook een foto van een angstige Astrid Holleerder en een reportage van patiënten van het failliete Medisch Centrum Slotervaart, die verhuisd moesten worden naar een ander ziekenhuis. De expositie was de moeite waard en een bron van inspiratie.

Foto’s maken lijkt makkelijk, zeker met smartphones, maar om er kunst van te maken is wel een dingetje. Niemand maakt dezelfde foto, niet alleen de plek waar je staat of  de lichtval die er dan is bepaald de foto, maar nog veel meer het moment van maken van de opname, en dat heeft te maken met gevoel. Je vindt dan dat moment en die situatie fotogeniek.

What I like about photographs is that they capture a moment that’s gone forever, impossible to reproduce.
(Karl Lagerfeld)

Je foto’s krijgen zeggingskracht als je maar vaak genoeg fotografeert, maar ook als je kijkt naar foto’s die anderen hebben gemaakt. Zoek mensen om je heen waar je mee kan discussiëren over foto’s en vooral over het gevoel dat daar bij hebt. Ook het moment waarop je de foto hebt gemaakt is van belang, deed je het stiekem om de spontaniteit te behouden, of deed je het opvallend zodat mensen op je reageren. De camera is een instrument dat mensen leert te kijken zonder de camera.

Fotografie is voor mij de kunst van het kijken in een kadertje. Het gaat er om iets interessants vinden in een gewone omgeving zoals op straat. Ik denk dat de dingen die je ziet er weinig toe doen maar dat alles draait om de manier waarop je ze bekijkt. Ook frissen foto’s je geheugen op, niets mooiers dan om je oude werk te zien.

beelden fotografie leven Utrecht

Dat ik een Utrecht-fan ben zullen jullie onderhand wel weten. Nu woon ik al meer dan 25 jaar niet meer in Utrecht, maar ondanks dat voel ik mij zeer verbonden aan deze bijzondere stad. Ik laat mij dagelijks door de Utrechtse Internet Courant informeren over het wel en wee in deze stad. Nu ben ik gelukkig, als ik dat wil, snel in Utrecht, om daar foto’s te maken, de nostalgie te voelen en te onderzoeken wat zij ons historisch allemaal te bieden heeft.

Ik ben geboren en opgegroeid in Utrecht, en met name in de oude binnenstad en de Vogelenbuurt. Het Utrechts praten is mij met de paplepel ingegoten. Toch hadden ze het thuis liever niet dat we ‘Uterech proatte’ , het was plat, volks en ordinair. Het Utrechts is een dialect dat best bestempeld mag worden als een volkstaal maar of het ordinair is betwijfel ik zeer. Mijn familie was zeker niet openlijk trots op het Utrechts. Van degenen die het Utrechts spraken werd gezegd dat het mensen waren met een lage opleiding.

Tegenwoordig komt het Utrechts naar buiten door middel van cabaret. Imitaties zoals als die van Tineke Schouten, Jaap Fisher, Claudia de Breij en wijlen Rijk de Gooyer hebben het Utrechts min of meer bekend gemaakt in de rest van Nederland. Het gaat hier dan vooral om zogenaamde volkse typetjes die er neergezet worden. Het publiek wil daar eigenlijk niet bij horen. In de vaak wordt het grappig effect verstrekt door het Utrechts. In de meeste gevallen twijfel ik of we dan wel het zuivere Utrechts horen. Herman van Veen is voor mij degene die het best het Utrechts vertolkt. Het echte zuivere Utrechts is best nog wel te horen. Als ik in Utrecht ben voor het maken van foto’s heb ik regelmatig gesprekken met mensen die reageren op mijn camera. Als de mensen merken (horen) dat ik ook Utrechts praat dan krijg je respons in het Utrechts. Hiermee wordt ook bewezen dat degenen die het Utrechts spreken er niet openlijk voor uitkomen. Laatst zat ik in de stadsbus en ik hoorde de chauffeur lekker onbevangen Utrechts spreken. Eigenlijk wilde ik tot aan het einde van de rit blijven zitten, om alleen maar te genieten van deze man. Ik voelde mij toen erg verbonden met Utrecht.

Utrechts of Uterechs of Utregs of Uteregs is een stadsdialect. Het is een oostelijke variant van het Hollands. Het Hollands en het Brabants zijn de hoofddialecten van het Nederlands. Het Utrechts kent ook veel Bargoense woorden. Wat ik van mijn jeugd herinner waren de humoristische scheldwoorden, zoals onder meer dákhoas (kat), wout (politieagent) en badmuts (kale man).
Ik hoor ook wel dat het Utrechts veranderd, de invloed van het standaard Nederlands is duidelijk aanwezig. Vroeger noemde men een paard een peerd en nu een paord. Vooral de binnenstad van Utrecht en de wijken daaromheen worden nu voornamelijk bewoond door rijke mensen. Dit heeft invloed op het Utrechts. Dat de stad veryupt (yup: young urban professional) is wel duidelijk en is vooral te merken aan de torenhoge prijzen die men moet betalen om een huis te kopen.

Afkomst verloochent zich niet.

Ik ben blij dat ik zo nu en dan Utrechts mag horen en praten. Mijn kinderen vinden het ook geweldig om bij mij zo nu en dan Utrechtse woorden te ontdekken. Zoals kneien (knoeien), harses (hoofd), mokkeltje (meisje), guppekop (kleintje of gekke man) en gehakballegie. Mijn moeder, ondanks dat zij heel erg haar best deed om dat niet te doen, sprak Utrechts, vooral als ze boos of opgewonden was. Ik weet nu zeker dat je gedurende je hele leven de gevolgen van je opvoeding en je afkomst zult blijven ondervinden. Dit zowel in negatieve maar zeer zeker ook in positieve zin.

Utrecht veranderd, maar ik ook, als kind vond ik de domtoren immens hoog en het Domplein geweldig groot. Nu is de toren kleiner en het plein minder ruim. Mijn verbondenheid met deze stad is sterker geworden, ik hou van mijn stadsie en Utrechts is mijn dialect.

(Bronnen:
De vollekstaol van de stad Uterech door B.J. Martens van Vliet
De Rooie Droath, Utrecht volgens mij door Herman van Veen)

Afkomst dialect fotografie plat Utrecht

Toen ik in 1985 in mijn zwarte band karate behaalde zei iemand tegen mij, gefeliciteerd, nu ben je meester want je hebt nu controle over je geest en lichaam. Ik vatte het op als een compliment en het deed mijn ego wel goed. Alleen jaren later wist ik eigenlijk wel dat dit natuurlijk niet de werkelijkheid was. Want wanneer heb je controle, wanneer ben je een ware meester? Deze vraag stel ik mijn nu nog steeds. Het enige wat ik wel kan stellen en zelfs kan beamen is dat vaak niet de meeste getalenteerde mensen het ver schoppen. Talent is handig als je iets snel wil leren, maar als je een kunst of een vak gedegen onder de knie wil krijgen komt er wel meer dan talent om de hoek kijken. Zelfs getalenteerde componisten zoals Bach, Beethoven en Mozart waren nooit zo goed geworden zonder dat ze jarenlang gestudeerd en geoefend hadden. Of het nu gaat om het leren van karate, wetenschap, kunst of een ambacht, de weg naar beheersing, de controle en de verbinding van geest en lichaam loopt uiteindelijk over een uitgestippelde weg met voor- en tegenslagen.

Vanaf de middeleeuwen tot in de 18e eeuw had je zogenaamde gildemeesters die een ambacht uitoefenden, zoals bijvoorbeeld de smid, de scharensliep, de houtbewerker, de drogist, de leerlooier, de slager enzovoort. Een gilde was een soort beroepsvereniging waarin kennis en ervaring werd uitgewisseld. Je kreeg na een gedegen opleiding als leerling van een gilde de erkenning van vakman. Uiteindelijk na heel vele jaren werken en na het doen van de meesterproef kreeg je de titel meester. Hiermee behartigde het gilde het belang van het gilde en bood ze een beroepsbescherming, wat je tegenwoordig nog ziet onder meer in de reguliere geneeskunde en het notariaat. Dit leidde ook tot zekerheid en kwaliteit en daarnaast aanzien.

  • Meesterschap

In veel gevallen, of je nu wel of geen talent hebt, ontwikkel je vaktechnische vaardigheden onder leiding van een mentor of leermeester. Vaak gaat het ook om het moment en de juiste combinatie van ervaring en ideeën om iets groots te ontdekken en daarmee aan de gang te gaan om inzicht te ontwikkelen. Vanuit deze zaken en uiteraard de wil om te doen krijg je inspiratie om iets te creëren. Het uiteindelijke meesterschap komt pas na het doorlopen van onvermijdelijke fases wat Japanners shuhari noemen. Aan het eind van deze fases wordt er rigoureus gebroken met de leermeester om beperkingen van sturing en beïnvloeding te stoppen en daarna zelf meester te worden. In feite word je wakker en alles wat je aanraakt voegt zich naar jouw idee en creatie.

In de afgelopen jaren heb ik wel ontdekt wat meesterschap kan inhouden, dat het niet alleen gaat om de grote lijnen maar ook om de details. Ik vergelijk het met het vak van de horlogemaker die er voor moet zorgen dat de klok de juiste tijd aangeeft en daarom zal hij zich moeten ontfermen over de precisie van het uurwerk.

Meesterschap ligt in het reiken en niet in het bereiken (Sarah Lewis).

Een echte meester deelt zijn eigen ervaringen met een ander, niet alleen zijn succesvolle zaken maar ook de mislukkingen. Hij wijst je de route om op je zelf te vertrouwen en laat je zien dat er ook een weg naar binnen is en daardoor alle veranderingen in jezelf beginnen. Een meester geeft les met passie en ontsteekt een vuurtje in zijn leerlingen waarmee een kampvuur van enthousiasme kan ontstaan. De sleutel tot vreugde is je verdiepen in waar je van houdt en zorgen dat je waardigheid en eenvoud tot voorbeeld is voor anderen.
Per slot:

Eenvoud is niet het kenmerk van de beginner, het is de duur bevochten stempel van de meester. (Godfried Bomans)

beelden ego karate meesterschap wil

In de zomervakantie van 2017 heb ik mijn oude analoge spiegelreflexcamera, een Ricoh KR-SuperII, meegenomen. De reden hiervan was de nieuwsgierigheid van mijn dochter naar het maken van foto’s met een rolletje. Nu is mijn fascinatie in het fotograferen begonnen met analoge fototoestellen zoals bijvoorbeeld de Petri MF2A. Nu fotografeer ik digitaal (Canon 5d mark II) en de kwaliteit is zelfs beter dan van de analoge camera’s die ik heb gehad. Toch kwam het oude gevoel wel terug, je maakt op een “oldschool” wijze foto’s. Je ziet niet meteen het resultaat want je moet wachten totdat de film in het rolletje is ontwikkeld en afgedrukt. Je moet dus in dit geval meer vertrouwen op de fotografiekennis zoals de lichtmeting, de juiste sluitertijd en het diafragma. En daarbij komt nog dat je niet zomaar je ISO (licht gevoeligheid) kan veranderen, met andere woorden je koopt een fotorolletje met een ISO van 400 en daarmee moet je het doen. Dit voelt misschien wat beperkt maar het heeft ook wel wat uitdagends. Daarbij kwam ook nog de vraag; werkt de oude camera (1993) nog wel? En ja hoor alles deed het nog, en het resultaat was verbluffend. Het analoog fotograferen had iets magisch.

  • vintage spiegelreflex-camera

“Voor mij was het een echte herbeleving, eigenlijk waren we bezig met het oude ambacht van fotografie.”

Ik merkte dat ik een hang naar het oude had. Het verlangen naar vroeger, zoals het luisteren naar de song Yesterday van The Beatles. Het heeft iets gemoedelijks, hoewel toen dit nummer in 1965 uitkwam, mocht ik er van mijn ouders niet naar luisteren. Het viel onder het genre rock, en dat was hartstikke fout. Toch wel heel bijzonder dat dit een evergreen is geworden. Dit maakt het verleden heel aantrekkelijk. In mijn heden speelt het verleden voortdurend mee, het dringt zich op, ook als ik dat niet wil. Het is als of ik gisteren begonnen ben met fotografie. Zo vind ik oude dingen en geschiedenis interessant Ik houd van musea, zeker als het om kunst en cultuur gaat. Met fotografie leg je die herinneringen vast en wie weet blijf ik daardoor voortleven. Met het kijken naar oude foto’s mijmer ik graag over vroeger. Was toen alles beter? Nee niet alles was goed en zelfs waren zaken slechter dan nu.
Ondanks dat zie je dat men terug wil naar het oude en dat de mensen zelfs spullen uit die tijd gebruiken. Een vriend van mij heeft de zogenaamde vintage-caravan en een collega een vintage-auto, zo’n mooie Citroen DS. Zie mijn blog van 1 mei 2016 dat over klassiekers gaat (https://www.brockys-oog.nl/klassieker)

Laatst reageerde iemand op de foto’s van afgelopen zomer met: “Leuk zeg zo’n analoge retro camera”. Toen dacht ik, retro is iets speciaals uit het verleden. Maar dat is niet zo. Retro is een afkorting van retrospectief, het terugkijken. Retro is eigenlijk het maken van nieuwe producten waarvan de vormgeving is geïnspireerd op het verleden. Je ziet dat bijvoorbeeld met auto’s zoals de Mini Cooper, de Fiat 500 en de Volkswagen Kever. Dit zijn moderne auto’s met een oude uitstraling. Ook worden er nieuwe digitale fotocamera’s gemaakt met een oude look, zoals bijvoorbeeld de Fuji X100T (https://www.fujifilm.eu/nl/producten/digitale-cameras/model/x100t).  Dus mijn oude camera is niet retro, maar een vintage camera. Het begrip vintage vindt haar oorsprong in de mode. Een jurk met een ontwerp uit de jaren ’60 en die ook gemaakt is in deze periode is een zogenaamde vintage-jurk. Een vintage kledingstuk is een kenmerkend product uit die tijd en gemaakt in die tijd. Als je vintageproducten koopt zijn die dus bijna altijd tweedehands. Tegenwoordig wordt het vintage ook gebruikt voor oude meubels, motorfietsen, longplay grammofoonplaten (LP ’s) en woonaccessoires. Ze zijn vaak prijzig en zeer geliefd bij verzamelaars.

  • Mini Cooper - Retro of Vintage?

Ik houd ook van een goede whisky, zeker als deze oud is. Er zijn ook zogenaamde vintage malt whisky’s die in kleine hoeveelheden op de markt komen. Ze zijn in die zin exclusief. Op de fles staat niet alleen wanneer ze zijn gedestilleerd maar ook wanneer ze zijn gebotteld. Je moet daarvoor meestal diep in de buidel tasten. Ik zag een keer bij een slijter een “Tomatin”, een Schotse Malt Cask Whisky, gedestilleerd in 1973 en op de fles gezet in 2010, voor maar liefst € 1.175.

Dus vintage is echt oud en retro is nieuw ontworpen en geproduceerd naar de design-ideeën van vroeger.

beelden fotografie klassieker oldschool retro vintage

Op zaterdag 3 maart 2018 heb ik deelgenomen aan een workshop straatfotografie. Nu vind ik het altijd leuk om me te laten bijscholen, en zeker wanneer dat het iets heeft met fotografie. Uiteraard was het deze keer extra leuk want het was in de binnenstad van Utrecht. Vanwege de ijzig kou had ik mijn zogenaamde melkboerenhandschoenen aan, die dingen zonder vingertoppen. De workshop werd gegeven door Ruud van der Lubben, (www.vanderlubbenfotografie.nl/straatfotografie/) een gerenommeerde fotograaf uit Almere. Met een groepje van 8 deelnemers gingen we over de markt en bezochten we de binnenstad, zo rondom de Domtoren. Ruud gaf ons tips die ik eigenlijk wel wist, maar het was goed dat deze kennis werd opgefrist. Regelmatig loop ik door Utrecht om foto’s te maken en telkens weer zie ik dingen die leuk zijn om te fotograferen. In de afgelopen jaren is het in Utrecht steeds drukker geworden, vooral de binnenstad wordt soms overspoeld door toeristen, wat de straatfotografie overigens wel heel interessant maakt. Of je nu ergens een lange tijd op dezelfde plek blijft of je gaat wandelen, er is altijd wel iets leuks of vreemds te zien. Waar het om gaat is het fotograferen van mensen en de omstandigheden. Je hebt er wel enige durf voor nodig. In het begin voelde ik mij bezwaard om mensen op straat te fotograferen. Het kan zomaar dat iemand geïrriteerd raakt of boos wordt. Ik heb dat gelukkig niet zo vaak meegemaakt. Er is wel eens iemand geweest die mij min of meer commandeerde om de foto te verwijderen, ach dat deed ik dan maar want ik had geen zin in discussies en wellicht ook ander stennis. En trouwens met de huidige techniek is een gewiste foto ook zo weer terug te halen. Maar in het algemeen kan ik stellen dat men het vaak niet erg vindt als er een kiekje van hun wordt gemaakt. Er zijn ook mensen die het leuk vinden en de foto willen hebben. Inmiddels ben ik niet bang voor negatieve reacties van mensen. In de meeste gevallen wanneer je uitlegt waar je mee bezig bent, is het ijs gebroken. Een praatje en het laten zien welke foto’s je op de camera hebt staan, zijn mooie aanknopingspunten voor begrip en vertrouwen.

Ik zie straatfotografie meer als een soort reportagefotografie waarbij de straat het toneel is voor uiteenlopende activiteiten van mensen. Ik ga meestal met één camera en één lens op pad. Mijn werkterrein is het leven op de terrassen, op markten in parken en op trottoirs. Ik observeer alleen maar en als ik wat zie dan schiet ik plaatjes. Soms onopvallend, want dan komen de mensen er spontaner op, maar ik wil ook nog wel eens mensen laten poseren. Dit geeft best wel verassende beelden. Ik probeer vooral de sfeer van het moment weer te geven en daarvan een beeldverhaal te vertellen. Dit betekent dat ik constant alert moet reageren. Ik probeer de situaties te voorspellen waardoor ik aan het verhaal een persoonlijke weergave meegeef en daarmee de toeschouwer probeer over te halen om dit verhaal ook zo op te pakken.

Toch heb ik ook perioden gekend dat mijn foto’s niet uit de verf kwamen. Ik kon geen inspiratie vinden en er was geen uitdaging. Een paar jaar terug koos ik voor thema’s zoals bijvoorbeeld, voordeuren, lantaarnpalen, straatmuzikanten, schoenen, mensen die bezig waren met hun smartphone of alles wat maar dezelfde kleur had. Hierdoor was ik meer doelgericht en met meer aandacht op zoek naar een onderwerp. Uiteraard gaf het volgen deze workshop mij ook veel inspiratie.  In 2014 werd er door de VPRO een serie “Fotostudio de Jong” uitgezonden. Dit was een programma met Wilfried de Jong die vrijwel alle facetten van fotografie behandelde. Hij interviewde veel jonge aankomende talenten maar ook gerenommeerde fotografen. Heel bijzonder was de uitzending waarin hij sprak met de in Brussel wonende kunstenaar David Helbich die merkwaardige, absurde en soms hilarische oplossingen fotografeerde in de dagelijkse omgeving in België. Toen Helbich zijn foto’s in 2008 begon te verspreiden via Facebook (www.facebook.com/Belgiansolutions/) begon dit project in snel tempo te groeien met veel bijdrages van Belgian-solutions-spotters van over de hele wereld. Deze bizarre en lachwekkende foto’s hebben mij ook geïnspireerd. Het is voor een keer leuk om op zoektocht te gaan naar vreemde zaken. Alleen het is geen straatfotografie en dat vind ik toch het leukste, geen enkele situatie is hetzelfde. Je moet ook wel geluk hebben, omdat het tevens een kwestie is van op het juiste moment op de juiste plek te zijn.

Door veel te kijken en te lezen in (oude) fotoboeken en ook op internet school ik mezelf. Wat voor mij telt is dat het beeld de kijker moet weten vast te houden. Zo vind ik het geweldig om de website van Martin Hierck te bezoeken. Naast dat hij mooie sfeerfoto’s maakt op straat weet hij ook prachtige verhalen te vertellen met zijn foto’s. Een hele goede sfeerweergave vind ik zijn Moskou serie. (hierck.com/)

Utrecht is een stad met een onuitputtelijke bron van creatieve mogelijkheden voor de fotograaf. Ik voel mij daar thuis omdat het een hele oude stad is, waar in het verleden veel is gebeurd en daar de energie nog goed van te voelen is. Maar het zijn vooral de mensen die mij interesseren. Respect voor de mens en voor haar of zijn omgeving is voor mij een belangrijke factor. Ik kom altijd weer blij thuis van een dagje rondstruinen in de Domstad met de camera. Elke foto die ik daar maak, maak ik met plezier.

Which of my photographs is my favorite? The one I’m going to take tomorrow. 
(Imogen Cunningham)

beelden smaak Utrecht

Reacties gesloten

Afgelopen tijd sprak ik mensen die een opleiding doen die met fotografie te maken heeft, en met name ging het over de beoordeling (waardering) van foto’s. Mijn dochter doet een dergelijke opleiding. Toen zij klein was ging ze al mee op pad om foto’s te maken. Utrecht is mijn favoriete fotostad en daar is zij ook besmet geraakt met dit virus. Inmiddels maakt zij prachtig foto’s en deze worden door velen gewaardeerd. Haar foto’s zijn technisch in orde, zoals de kadering, compositie, de plaatsing van het onderwerp en het perspectief. Haar foto’s zijn in die zin heel goed. Ze slaagt er ook in de werking van het licht juist weer te geven. Inmiddels weet zij wat het gouden- en blauwe uur is en is zij zich bewust van de kwaliteit en het gedrag van het licht. Al deze zaken maken dat haar foto’s in orde zijn. Onlangs kwam zij teleurgesteld thuis en was niet content over een fotografiedocent van haar. Ze vond dat ze niet genoeg waardering kreeg voor een foto terwijl alle hierboven genoemde zaken voor deze foto goed waren. Je vraagt je dan af of er ook persoonlijke smaak om de hoek komt kijken of is er meer dat een foto nog beter kan maken.

Feedback krijgen over je foto’s kan confronterend zijn maar heeft ook zijn nut. Het is maar wat je ermee doet.

Toen ik begon met mijn foto’s te publiceren kreeg ik vaak ongevraagd commentaar en in de meeste gevallen vond ik dat absoluut niet leuk. Want deze foto’s zijn mijn creaties en ik vond het mooie foto’s en eigenlijk verwachtte ik dat anderen dat ook vonden. In de loop van de tijd heb ik geleerd er mee om te gaan. Mede door het volgen van cursussen en workshops werd ik getraind in het ook op een andere manier kijken naar foto’s. Vaak zie je je eigen fouten en onvolkomenheden niet. Ik had een keer een foto gemaakt van de Domtoren. Het was mooi weer, een staalblauwe hemel, er was prachtig licht en alles stond er even scherp op. Ik was tevreden, totdat iemand opmerkte dat de toren niet recht stond. Tja, degene had wel een punt, het viel hem op en daardoor was de foto eigenlijk net niet goed genoeg. Ik ben daar beter op gaan letten, verticale en horizontale lijnen niet scheef, en als ze scheef zijn dan moeten ze in harmonie met de compositie zijn.

Het kan natuurlijk ook andersom, de foto’s die ik onder meer op facebook en Instagram zet, worden door mijn vrienden en volgers zeer gewaardeerd. Dit zijn de mensen die genieten van mijn werk en blijkbaar voldoe ik daarmee aan de verwachting dat ik mooi werk aflever. Leuk om op deze manier gestreeld te worden maar of je hiermee geholpen bent om je fotografie te verbeteren betwijfel ik. Mijn vrouw en kinderen zien heel vaak mijn foto’s en kennen daardoor zeer goed mijn manier van foto’s maken. Ze weten welke beelden ik mooi vind en hoe ik die graag zou willen vastleggen. Soms denk ik dat is goed gelukt, maar dan krijg ik kritiek, en vaak heb ik nou net niet gezien wat niet goed is. Ook gebeurt het mij weleens dat ik niet tevreden na een foto-shoot thuis kom. Ik vind de foto’s niet goed en dan verrast het mij dat zij de foto’s wel goed vinden.

In de loop der tijd ben ik op zoek gegaan naar andere kritiek, en ik deel deze kritiek in twee grote groepen. De groep die mijn foto’s zien als foto’s en de groep die dit zien als een creatie van mij. De laatste groep beoordelen in feite mijn werk als kunst. De afgelopen jaren schiet ik niet meer lukraak foto’s. De wet van de grote getallen, hoe meer opnames hoe meer kans dat er iets goed tussen zit, daar ben ik mee gestopt. Ik ga nu op pad en geef mij zelf een opdracht, zoals drie uur lang op het Domplein zitten en dan mensen fotograferen die de Domtoren bewonderen. Ook ben ik lid van een klein fotoclubje dat maandelijks op pad gaat en met elkaar gaat fotograferen. Uiteraard is dat gezellig, maar het doel is om goede foto’s te maken en dat met elkaar te delen en vragen om feedback.

Tot slot, mijn behoefte om foto’s te maken komt uit mijzelf. Ontwikkeling voor de komende tijd is mijn gevoel in de foto’s te leggen. Of ik nu blij ben of mij verveel of dat ik verslagen ben, ik ga dit volledig waarnemen en proberen dit in mijn werk te laten zien. Fotografie is iets moois, het wordt nog mooier als je er iets moois van maakt.

smaak

Mij wordt de afgelopen tijd vaak gevraagd of de erkenning van karate als een officiële olympische sport goed of niet goed voor karate is? Vaak zie je dat de “traditionele krijgskunst beoefenaar” zich keert tegen de moderne sportieve vormen zoals karate en judo. Zij vinden dat vooral de oude waarden en doelstellingen van deze kunsten te grabbel worden gegooid, en dat het zelfverdedigingsaspect daardoor verloren zou gaan. Zeker de wat oudere beoefenaren zetten zich af tegen de wedstrijdsport.

Ik zie mijzelf wel als een traditionele beoefenaar van vechtkunsten. Het karate heeft inderdaad mijn hart gestolen, terwijl ik daarnaast ook met veel passie het iaido (Japanse zwaardkunst) beoefen. Als ik nu aan het stereotype beeld moet voldoen zou ik “anti sport” zijn. Echter dat is niet het geval, verre van zelfs. In mijn vroege karatejaren heb ik aan wedstrijden meegedaan, en met veel plezier. Iedereen heeft wel een mate van competitief gedrag, kijk maar om je heen er zijn tal van voorbeelden. In het onderwijs bijvoorbeeld de wedstrijdjes tijdens de gymnastieklessen. De meeste sporten zijn gericht competitie, het gaat om het winnen, wie is de beste. Het spelen van spelletjes is al een manier van competitief met elkaar bezig zijn. Een gezonde vorm van bewijsdrang is goed voor één ieder.

Ook heb ik te maken met de vraag welke vechtsport het beste te gebruiken is voor zelfverdediging. De volgende meningen zie je dan langs komen. Karate is te springerig en heeft te veel de nadruk liggen op de controle van technieken. Teveel stoten in de lucht, dus zonder echte fysieke weerstand. Bij de N.M.A. (Mixed Martial Arts) zou er teveel grondgevecht zijn, wat dodelijk zou zijn in reële situaties. Bij judo ben je teveel afhankelijk van het pakken van kleding, en is er een gebrek aan trap-, stoot- en slagtechnieken. Ook het hoofd naar voren en de handen laag zou tot gevaarlijke situaties kunnen leiden in het echte gevecht. Bij het boksen is er een gebrek aan worsteling en trappen en men is teveel afhankelijk van de dekking van de bokshandschoen. Bij het thaiboksen is er geen grond gevecht en men weet niet om te gaan met vallen naar de grond. In feite is dit allemaal waar, maar zou dan daarmee de kunst waardeloos zijn? Of erger nog deze vormen van sport zijn een slechte vorm van de voorbereiding voor zelfverdediging.

Sport doe je voor je plezier en als je topsporter bent doe je het om te winnen op het hoogste niveau. In mijn vriendenkring ken ik er eentje die er plezier in heeft en ook nog een grote drive heeft om te winnen, en niet onverdienstelijk ook. Als ik hem zie trainen dan ervaar ik een geweldige drive. Als nu de meeste “traditionele beoefenaren” dit ook zouden doen, dan zouden we vele goede karateka hebben. Eén van de idealen bij karate is eerlijkheid en nederigheid. Daar gaan de traditionalisten prat op, want dat is een ideaal dat je verkrijgt door regelmatige beoefening van deze kunst. Het beheersen van je ego, en dat zou dus niet bij sportkarate zijn. Als je een wedstrijd verliest moet je dat accepteren, je tegenstander was op dat moment beter, en het zou een uitdaging moeten zijn om het een volgende keer beter te doen. Succes vraagt om discipline, regelmatige training en een gezonde levensstijl. En deze kernwaarden gelden dus voor zowel de sportkant als de traditionele kant van het karate. Ik ben ook van mening dat karate, ongeacht op welke manier dat beoefend wordt, een goede bijdrage levert aan een positieve levensstijl. Dus sport is ook een goede manier voor zelfverdediging. Ik las laatst op internet dat een fanatieke bokser verklaarde dat zijn boksen de ultieme zelfbescherming was, niet vanwege de techniek of de sport op zichzelf, maar omdat hij veel tijd heeft doorgebracht in de sportschool en dat hij daardoor (op straat) geen doelwit was voor misdadigers. Daar zit waarheid in.

Ik ben blij dat het karate Olympisch is geworden. In 2020 zal karate tijdens de Olympische spelen in Tokyo worden vertoond. Het huidige karate, wat een groot deel van haar origine vindt in Japan, komt dus na ruim 100 jaar weer terug in dat land. Ik zie uit naar deze wedstrijden, en blijf daarnaast met veel plezier werken aan het trainen en verspreiden van het karate.

 “To me, the extraordinary aspect of martial arts lies in its simplicity. The easy way is also the right way, and martial arts is nothing at all special; the closer to the true way of martial arts, the less wastage of expression there is.”  (Bruce Lee)

(foto’s genomen tijdens karatetraining)

gezond iaido karate leven

Reacties gesloten

De stad Utrecht is rijk aan schitterende voorbeelden van architectuur in vele stijlen, van middeleeuwse Godshuizen tot aan grote hoogtepunten uit de vorige eeuw. De Domtoren kent iedereen, maar ook het stadskasteel Oudaen, het Rietveld Schröderhuis, het Muziekcentrum Tivoli-Vredenburg, het hoofdkantoor van de Rabobank, het Academiegebouw en natuurlijk het voormalig Hoofdpostkantoor aan de Neude. Utrecht kent een gevarieerde geschiedenis waarbij de architectuur een belangrijke rol speelde.

In de jaren tachtig woonde ik op een zolderappartement in de binnenstad van Utrecht. Het was een pand uit 1762 en daarmee het oudste winkelpand van Utrecht. Toen ik er woonde was er een banketbakkerij in gevestigd, de heerlijke speculaaslucht tijdens de feestdagen in december zijn voor mij een zoete herinnering. De winkel had een zeldzaam achttiende-eeuws interieur. Op de muur van de verdieping is het symbool van de Utrechtse Universiteit te vinden met de tekst ‘SOL JUSTITIAE ILLUSTRA NOS’ (zon van gerechtigheid, verlicht ons). Samen met zegel en de rondgaande tekst ‘AMICORUM CONSENSUS VIRTUEM ALIT GAUDIUMQUE’ (eenstemmigheid van vrienden voedt vastberadenheid en vreugde), en het jaartal 1876 is dit het wapen van de Utrechtse studentenvereniging. Dit is in 1876 aangebracht, toen de bakkerij ‘hofleverancier’ werd voor de studenten.

We leven nu alweer een aantal jaren in een economische crisis welke onder meer ontstaan is uit gesjoemel met hypotheken en kredieten door de banken. Door de geschiedenis heen zie je vaak dat er van dit soort mindere periodes zijn. Begin 1900 heerste ook een crisis, waardoor minder daadkrachtige mensen tevreden moesten zijn met eentonig gebouwde woningen. Ondanks dat, waren er in die tijd architecten die mooi werk maakten. Een voorbeeld is de Amsterdamse school die zich kenmerkt door prachtige gevels. Het metselwerk van deze gevels is voor mij een gewild object om te fotograferen. In Utrecht Oost heb je ook zo’n wijk waar dit soort huizen staan, niet alleen het fotograferen daarvan is leuk, maar ook het wandelen door deze straten geeft voldoening. Een hele leuke manier om je hoofd leeg te maken.

In Utrecht wordt altijd gebouwd, het is een continue proces, waarmee veel geld is gemoeid. Ik heb wel eens het idee dat Utrecht een proeftuin voor architecten is. Het winkelcentrum Hoog Catharijne, dat stamt uit de eind jaren zestig en begin jaren zeventig, gaat nu weer op de schop. Het winkelcentrum wordt vernieuwd. Een onderdeel daarvan is het nieuwe muziekcentrum Tivoli Vredenburg. Een gewaagd, en in mijn ogen, niet passend gebouw als onderdeel van de binnenstad van Utrecht. Wat mij betreft was het een mooi object geweest voor Rotterdam, daar zou het beter passen en denk ik meer tot zijn recht komen.

Onlangs was in ik Bernkastel-Kues aan de Moezel in Duitsland. De binnenstad wemelt van huizen met houten vakwerkgevels. Ik heb daar één van de smalste huizen van Europa gezien. Het lijkt alsof het topzware huis wil omvallen, en ons bedreigt met een niet kloppend perspectief. Dit komt omdat de bovenverdiepingen aan beide kanten overhangend zijn. Anton Pieck zou het ontworpen kunnen hebben. Dit huis is gebouwd in 1416 als oud wijnbouwers huis in de stijl van de Moezelstreek.

Vorige jaar reed er soms een jonge architect met mij mee als ik naar huis ging na een training iaido. Samen spraken we over fotografie en architectuur. Hij zei een keer tegen mij dat ik niet naar huizen keek, maar dat ik een lezende kijker was. Volgens hem zocht ik naar verbanden in de bouwwerken en hoe er patronen in gevels zaten. Kozijnen zijn er niet alleen om het glaswerk vast te houden, maar ook een onderdeel van een lijnenspel.

To me, photography is an art of observation. It’s about finding something interesting in an ordinary place… I’ve found it has little to do with the things you see and everything to do with the way you see them. (Elliott Erwitt)

(Foto’s genomen in Utrecht en Bernkastel-Kues)

architectuur Utrecht

Reacties gesloten

Utrecht is een stad waarin ik graag en regelmatig vertoef. Er zijn vele mooie plekken te zien, en uiteraard ook mooi om op de foto te zetten. Deze keer was ik weer eens op de Pausdam en zag dat daar een mooi standbeeld was gemaakt van Paus Adrianus. Met dit mooie beeld is het de beeldend kunstenaar goed gelukt om eenvoud uit te stralen. Het gekke is dat ik bij het fotograferen van dit beeld moest denken aan wereldleiders. Deze man, Adrianus, wordt beschouwd als de enige Nederlandse paus in de geschiedenis. Hij is geboren in Utrecht als Adriaan Floriszoon Boeyens, op 2 maart 1459. In 1522 werd hij Paus in Rome tot aan zijn dood op 14 september 1523. Door een hoge academische rang werd hij door de Spaanse koning aangesteld als leermeester en raadsheer voor prins Karel, later Karel V. In 1520 werd hij door Karel V benoemd tot regent van de Spaanse gebieden. Adrianus was voorstander van een somber en vroom leven. Dit was in strijd met het losbandige leven dat toentertijd heerste in het Vaticaan. Veel geestelijken lieten zich betalen voor de diensten die zij verstrekten. Zij wisten hun familie en vrienden op hoge posten te krijgen en leefden in weelderige luxe. Adrianus voerde hervormingen in die een einde moesten maken aan die florissante levensstijl aan het pauselijk hof. Dit heeft hem waarschijnlijk het leven gekost. Vermoedelijk is hij vergiftigd, hetgeen nooit officieel is bevestigd. Het was een roerige tijd, zoals het groeiende protestantisme van Maarten Luther en hij had veel conflicten met de Franse koning Frans de eerste. De huidige paus Franciscus staat ook bekend om zijn wil te hervormen. Zou de geschiedenis zich gaan herhalen?

Er zijn heel wat wereldleiders die letterlijk hebben geleden onder hun leiderschap. Neem nou Nelson Mandela hij was een sprekend voorbeeld van de geweldloze opstand tegen de apartheid in Zuid-Afrika. 27 Jaar lang zat hij gevangen op het Robbeneiland vanwege zijn inzet voor burgerrechten. Hij won de Nobelprijs voor de vrede en werd in 1994 president van zijn Zuid Afrika. Een andere wereldleider, van een hele ander klasse en die zeker niet geleden heeft, was Mao Zedong. Hij zette China, met zijn communistische partij, op de wereldkaart. Hij leidde zijn land met een dictatuur met veel geweld, en vele harde maatregelen tegen zijn politieke vijanden.
Franklin Roosevelt, bestuurde de Verenigde Staten tijdens een roerige periode van economische crisis en de Tweede Wereldoorlog. Hij werd 3 keer herkozen. Door zijn hervormingsprogramma de ”New Deal Coalition” ontstond er een stabiele democratische meerderheid. Hiermee kon hij hervormingen en een herstel van de economie bereiken.
Winston Churchill zei: “Succes is niet definitief, falen is niet fataal. Het is de moed om door te gaan die telt.” Churchill leidde zijn Verenigd Koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog naar een overwinning met de hulp aan de geallieerden. Hij stond bekend om zijn begenadigde spraakvaardigheden en talent voor het vertellen. Op 4 juni 1940 sprak hij het Lagerhuis (house of commons) toe met een speech waarin deze bekende quote zat:

“We shall defend our island, whatever the cost may be, we shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds, we shall fight in the fields and in the streets, we shall fight in the hills; we shall never surrender.”

(Klik hier om te luisteren naar Winston Churchill)

En zo kunnen we nog veel meer wereldleiders noemen, Gandhi, Koningin Victoria, Bismarck, Lincoln, Napoleon, Djengis Khan, Karel de Grote, Obama, Poetin etc…. Allemaal hervormers, goedschiks of kwaadschiks.
Ik vraag mij dan wel af is het beeld wat van hen zien, wel het juiste beeld waarmee zij zich in de wereld hebben gemanifesteerd. Ik denk dat de beeldend kunstenaar Anno Dijkstra er in geslaagd is om een juist beeld te scheppen van deze Utrechter.

beelden