Categorie: dialect

Dat ik een Utrecht-fan ben zullen jullie onderhand wel weten. Nu woon ik al meer dan 25 jaar niet meer in Utrecht, maar ondanks dat voel ik mij zeer verbonden aan deze bijzondere stad. Ik laat mij dagelijks door de Utrechtse Internet Courant informeren over het wel en wee in deze stad. Nu ben ik gelukkig, als ik dat wil, snel in Utrecht, om daar foto’s te maken, de nostalgie te voelen en te onderzoeken wat zij ons historisch allemaal te bieden heeft.

Ik ben geboren en opgegroeid in Utrecht, en met name in de oude binnenstad en de Vogelenbuurt. Het Utrechts praten is mij met de paplepel ingegoten. Toch hadden ze het thuis liever niet dat we ‘Uterech proatte’ , het was plat, volks en ordinair. Het Utrechts is een dialect dat best bestempeld mag worden als een volkstaal maar of het ordinair is betwijfel ik zeer. Mijn familie was zeker niet openlijk trots op het Utrechts. Van degenen die het Utrechts spraken werd gezegd dat het mensen waren met een lage opleiding.

Tegenwoordig komt het Utrechts naar buiten door middel van cabaret. Imitaties zoals als die van Tineke Schouten, Jaap Fisher, Claudia de Breij en wijlen Rijk de Gooyer hebben het Utrechts min of meer bekend gemaakt in de rest van Nederland. Het gaat hier dan vooral om zogenaamde volkse typetjes die er neergezet worden. Het publiek wil daar eigenlijk niet bij horen. In de vaak wordt het grappig effect verstrekt door het Utrechts. In de meeste gevallen twijfel ik of we dan wel het zuivere Utrechts horen. Herman van Veen is voor mij degene die het best het Utrechts vertolkt. Het echte zuivere Utrechts is best nog wel te horen. Als ik in Utrecht ben voor het maken van foto’s heb ik regelmatig gesprekken met mensen die reageren op mijn camera. Als de mensen merken (horen) dat ik ook Utrechts praat dan krijg je respons in het Utrechts. Hiermee wordt ook bewezen dat degenen die het Utrechts spreken er niet openlijk voor uitkomen. Laatst zat ik in de stadsbus en ik hoorde de chauffeur lekker onbevangen Utrechts spreken. Eigenlijk wilde ik tot aan het einde van de rit blijven zitten, om alleen maar te genieten van deze man. Ik voelde mij toen erg verbonden met Utrecht.

Utrechts of Uterechs of Utregs of Uteregs is een stadsdialect. Het is een oostelijke variant van het Hollands. Het Hollands en het Brabants zijn de hoofddialecten van het Nederlands. Het Utrechts kent ook veel Bargoense woorden. Wat ik van mijn jeugd herinner waren de humoristische scheldwoorden, zoals onder meer dákhoas (kat), wout (politieagent) en badmuts (kale man).
Ik hoor ook wel dat het Utrechts veranderd, de invloed van het standaard Nederlands is duidelijk aanwezig. Vroeger noemde men een paard een peerd en nu een paord. Vooral de binnenstad van Utrecht en de wijken daaromheen worden nu voornamelijk bewoond door rijke mensen. Dit heeft invloed op het Utrechts. Dat de stad veryupt (yup: young urban professional) is wel duidelijk en is vooral te merken aan de torenhoge prijzen die men moet betalen om een huis te kopen.

Afkomst verloochent zich niet.

Ik ben blij dat ik zo nu en dan Utrechts mag horen en praten. Mijn kinderen vinden het ook geweldig om bij mij zo nu en dan Utrechtse woorden te ontdekken. Zoals kneien (knoeien), harses (hoofd), mokkeltje (meisje), guppekop (kleintje of gekke man) en gehakballegie. Mijn moeder, ondanks dat zij heel erg haar best deed om dat niet te doen, sprak Utrechts, vooral als ze boos of opgewonden was. Ik weet nu zeker dat je gedurende je hele leven de gevolgen van je opvoeding en je afkomst zult blijven ondervinden. Dit zowel in negatieve maar zeer zeker ook in positieve zin.

Utrecht veranderd, maar ik ook, als kind vond ik de domtoren immens hoog en het Domplein geweldig groot. Nu is de toren kleiner en het plein minder ruim. Mijn verbondenheid met deze stad is sterker geworden, ik hou van mijn stadsie en Utrechts is mijn dialect.

(Bronnen:
De vollekstaol van de stad Uterech door B.J. Martens van Vliet
De Rooie Droath, Utrecht volgens mij door Herman van Veen)

Afkomst dialect fotografie plat Utrecht