Mensen van Utrecht (deel 1)

(This blog is also available in English; click on this link.) Licht op gezichten Op donderdag 26 maart 2026 ging ik vroeg naar Utrecht, met een voornemen dat net even buiten mijn comfortzone lag: mensen aanspreken en vragen of ik hun portret mocht maken. Normaal werk ik anders. Dan beweeg ik me onopvallend door de stad en leg momenten vast zonder dat mensen het direct merken. Soms laat ik achteraf de foto zien, als een kleine ontmoeting achteraf. Maar nu wilde ik het anders doen. Eerst vragen, wachten op een antwoord. Op de Vismarkt zag ik een wat ouder stel samen zitten, dicht bij elkaar, ieder met een kop koffie. Er hing iets vertrouwds in hun samenzijn, iets wat zich bijna vanzelf liet fotograferen. Ik liep op hen af en stelde mijn vraag. De man knikte instemmend, een klein gebaar, alsof hij het al goed vond.  Maar nog voordat dat knikje echt betekenis kreeg, nam de vrouw het woord. Kort, duidelijk en zonder enige twijfel: nee. In dat ene moment werd ook meteen de onderlinge verhouding zichtbaar, zij had de regie, zij bepaalde, zoals het Nederlandse gezegde: Zij had de “broek” aan. Ik glimlachte, zei dat nee natuurlijk ook een antwoord was, wenste hun een prettige dag en liep verder. En toch gebeurde er iets met mij. Vanuit mijn budo-achtergrond jaren van karate en iaido ben ik gewend om een zekere spanning niet uit de weg te gaan. De stap naar voren zetten, ook als dat schuurt, hoort daar eigenlijk bij. Maar juist dit kleine moment, deze eenvoudige afwijzing, liet me voelen hoe dun de lijn kan zijn tussen doen en aarzelen. Terwijl ik mijn weg vervolgde, merkte ik dat mijn drempel om anderen aan te spreken ongemerkt hoger was geworden. Alsof de stad mij eerst even wilde testen voordat zij zich verder zou laten zien. Waar talen samenkomen aan de voet van de toren Even doorzetten, dacht ik, de eerste hobbel lag achter me, de eerste afwijzing zat nog vers in mijn hoofd, maar juist dan moet je blijven bewegen, zoals bij karate; je verlies accepteren, buigen en doorgaan. Mijn stappen brachten me naar een plek waar ik me altijd thuis voel: de Maartensbrug, met uitzicht op de Domtoren in haar volle ornaat. Het is zo’n plek waar Utrecht zich bijna vanzelf laat zien. De lijnen van de stad komen hier samen, water, steen, geschiedenis en beweging. In de zomer is het er druk, met mensen die blijven hangen, een ijsje in de hand, of gewoon starend naar de toren die al eeuwenlang het ritme van de stad bepaalt. Bij de boom, met het bankje eromheen, zat een jong stel. Ze aten een broodje en leken volledig op te gaan in het moment. Geen haast, geen afleiding, alleen het uitzicht en elkaar. Het soort tafereel dat je als fotograaf meteen herkent: hier zit een verhaal. Ik stapte op hen af en begon met een eenvoudig “goedemorgen”. Ze keken me even vragend aan en gaven aan dat ze geen Nederlands spraken. Zonder aarzeling schakelde ik over naar het Engels. Ik stelde me voor en vertelde dat ik bezig was met een persoonlijk project: het vastleggen van mensen in Utrecht, zoals ze zich op dat moment in de stad bevinden. Dit keer geen twijfel. Ze stemden direct in, en ik merkte hoe mijn eigen enthousiasme werd gespiegeld in hun reactie. De spanning die ik eerder nog voelde, maakte plaats voor iets lichters en een aparte vorm van blijdschap. Terwijl we praatten, vertelde ik hun ook iets over de plek waar ze zaten. Dat dit niet zomaar een mooi uitzicht is, maar een historische plek in het hart van Utrecht. Dat de toren eeuwenlang het middelpunt van de stad is geweest, letterlijk en figuurlijk. Dat hier, rond deze plek, de geschiedenis zich heeft opgebouwd in lagen van steen, geloof en dagelijks leven. Ze luisterden aandachtig, keken nog eens naar de toren, alsof ze hem nu anders zagen. Op een gegeven moment hoorde ik dat ze onderling Duits spraken. Dat voelde als een kleine opening, een kans om het gesprek nog dichterbij te brengen. Ik schakelde opnieuw, dit keer naar het Duits, een taal die me ook zeer vertrouwd is, kan haast niet anders met Duitse roots. En ineens veranderde de toon van het gesprek. Het werd persoonlijker, losser, bijna alsof we elkaar al langer kenden. Alsof niet alleen de foto, maar ook de ontmoeting zelf meer diepte kreeg. Daar, aan de voet van de toren, kwamen niet alleen lijnen van de stad samen, maar ook talen, verhalen en mensen voor even verbonden in één beeld. Het stel bleek uit Osnabrück te komen en verbleef een week in Utrecht, een korte vakantie, even los van hun eigen omgeving. Het maken van meerdere foto’s vonden ze geen enkel probleem. Dat gaf mij de ruimte om rustig te werken. Want ervaring heeft me geleerd: één foto is zelden genoeg. Pas thuis zie je soms dat een oog net dicht is, een blik niet helemaal klopt, of dat het moment nét niet gevangen is zoals je het voelde. En dan blijft er altijd iets knagen, alsof de ontmoeting niet volledig tot zijn recht is gekomen. Na afloop liet ik hen de beelden op mijn camera zien. Ze reageerden warm en oprecht; ze herkenden zichzelf in de foto’s en vonden ze mooi. Dat blijft toch een bijzonder moment wanneer iemand zichzelf terugziet door jouw ogen en daarin iets positiefs ontdekt. Ik gaf hun mijn visitekaartje, met de belofte dat ik de foto’s zou toesturen als ze mij een bericht zouden sturen. We namen afscheid, ieder weer zijn eigen richting op. En ik liep verder, de stad in, op zoek naar het volgende gezicht, het volgende verhaal. Ga toch werken! Even verderop wenkte een vrouw mij. Ze zat op de grond, ogenschijnlijk deel van het straatbeeld, zoals dat zo makkelijk gebeurt. Voor haar stond een bekertje. Ik liet wat geld achter, een klein gebaar, maar op dat moment het enige wat ik kon doen. Ze keek op,

Lees verder »