In mijn laatste blog van 2025 schreef ik:
“Het nieuwe jaar voelt als een open veld. In 2026 wil ik blijven schakelen tussen straatfotografie en het vastleggen van gebouwen, maar ik ga mijn blik verder laten reiken dan alleen de binnenstad. Meer randgebieden, andere buurten, een ander ritme. Daarnaast wil ik bewuster het gesprek aangaan. Mensen aanspreken en vragen of ik hen mag portretteren, gezichten met een verhaal, een bepaalde rust, een uitstraling die blijft hangen. Minder toevallig en meer aandachtig.”

De Stad die glimlachte
De meeste mensen die mij kennen, weten dat ik gemakkelijk een gesprek aanknoop. Een praatje maken gaat me van nature makkelijk af. Toch is er een andere kant. Wanneer ik op straat fotografeer en een onbekende wil vragen of ik hem of haar mag portretteren, voel ik altijd even een aarzeling. Een lichte terughoudendheid, misschien zelfs schroom. Het is alsof ik een grens moet oversteken, van toeschouwer naar deelnemer. Hoe graag ik ook fotografeer, die eerste stap blijft kwetsbaar. En misschien is het juist die kwetsbaarheid die het moment zo echt maakt.
Mensen fotograferen vind ik misschien wel het mooiste wat er is, maar dan in de pure vorm van straatfotografie. Zonder regie, zonder afspraak, zonder dat iemand zich anders gaat gedragen omdat er een camera op hem of haar gericht is. Ik werk al vele jaren zo, ongevraagd en ongeposeerd.
Juist die vanzelfsprekendheid raakt mij. Een blik die even afdwaalt. Iemand die in gedachten verzonken over de Oudegracht loopt. Twee mensen die elkaar kruisen zonder elkaar echt te zien. Dat zijn de momenten waarin de stad zichzelf laat zien. Niet gemaakt, maar geleefd. Vaak kies ik plekken waar het leven vanzelf samenkomt. In Utrecht zijn dat de straten en pleinen van de binnenstad, het Domplein, de Maartensbrug, de Mariaplaats en nog veel meer. Daar beweegt alles, toeristen, studenten, bewoners en dagjesmensen. De stad ademt daar in haar eigen tempo. Ik loop er kijkend tussendoor, soms wachtend, soms intuïtief reagerend. Het is een vorm van observeren dat voor mij meditatief werkt.

Tegelijkertijd ben ik mij heel bewust van de gevoeligheid van wat ik doe. Straatfotografie vraagt niet alleen om een scherp oog, maar ook om respect. In Nederland is het zo dat je in de openbare ruimte in principe mensen mag fotograferen. Voor mij betekent dat, dat ik altijd een morele afweging maak. Past deze foto? Doet hij recht aan de persoon? Is het een beeld met waardigheid? Ik zoek geen sensatie en geen kwetsbaarheid om de kwetsbaarheid. Ik zoek het menselijke moment. Misschien is dat ook waarom ik, ondanks mijn liefde voor straatfotografie, soms een lichte aarzeling voel. Niet uit onzekerheid over de wet, maar uit respect voor degene die ongevraagd onderdeel wordt van mijn beeld. Die spanning, tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, hoort bij het fotograferen. En juist daarin schuilt voor mij de diepte van straatfotografie: kijken met aandacht, vastleggen met integriteit.
Mijn eerste serie foto’s van 2026 ontstond op 25 februari zo’n dag waarop je voelt dat de winter zijn grip verliest. De zon scheen volop. Het was geen officiële lentedag, maar alles ademde het al. Het licht was zacht en gul tegelijk. De zon stond nog laag, maar had kracht. Je zag het aan de mensen. Jassen open, gezichten omhoog, ogen dicht tegen het licht, genieten van de warmte. Alsof iedereen tegelijk besloot dat het genoeg was met de winter. Ik voelde het meteen. Dat lichte onrustige gevoel dat ik herken als het begin van iets. Mijn fotografiehart klopte sneller. Camera mee, de vertrouwde 24-70mm zoomlens erop voor dichtbij én op afstand. Precies goed voor wat een stad op zo’n dag te bieden heeft.
Mijn route liep langs de Oudegracht, waar het water het zonlicht ving en terugkaatste tegen de middeleeuwse gevels. Ik ging verder richting het Domplein, waar de terrassen zich als vanzelf vulden. Stoelen naar buiten, glazen op tafel, gesprekken die weer lucht kregen. Utrecht glimlachte. Dat is het enige woord dat past. De stad lag niet alleen in het licht, ze lééfde erin. Alsof ze samen met haar bewoners afscheid nam van de winter en zich voorzichtig uitstrekte naar het voorjaar. En ik liep ertussen, kijkend, wachtend en vastleggend.

Toeval? Ik denk het niet.
Op de Maartensbrug zag ik twee mannen naast elkaar in hun scootmobiel zitten. Stilstaand, in gesprek, zichtbaar genietend van het moment. Ze zaten er ontspannen bij, alsof de tijd daar even geen haast had. Voor mij was het meteen een beeld dat klopte. De camera ging omhoog, klik en voor de zekerheid nog een tweede opname, je weet maar nooit. Terwijl ik de lens scherp stelde, liepen er twee jonge dames door mijn kader. Dat overkomt mij nog weleens. Mensen hebben meestal niet eens door dat je fotografeert, tenzij je met een statief pontificaal in beeld staat. Maar deze keer draaiden ze zich om en zeiden: “Sorry!” Mijn automatische reactie was zoals altijd: “Geeft niets.” Ik wilde alweer verder lopen. Tot er iets door mij heen schoot. Dit is een kans.
Ik vroeg of ik een portret van hen mocht maken. In mijn hoofd hield ik al rekening met een afwijzing want “nee” is immers ook een antwoord. Maar er verschenen twee brede glimlachen. “Natuurlijk, wat leuk!” Ik stelde mij voor en vertelde dat ik bezig ben met een project om mensen in Utrecht te portretteren. We liepen samen naar de railing van de Maartensbrug, met zicht op de Oudegracht. Het licht was vriendelijk en het moment was ontspannen. Ik maakte een kleine serie van foto’s, ongeforceerd en open.
Ze kwamen niet uit Utrecht en vroegen of ik nog een mooie plek wist om te bezoeken. Natuurlijk ik ben immers zo nu en dan ook stadsgids. Ik verwees hen naar het Domplein en de kloostergang bij de Domkerk, de trots van Utrecht.
Voordat ze verder gingen, gaf ik mijn visitekaartje mee met mijn e-mailadres. Als ze de foto wilden ontvangen, hoefden ze alleen maar een berichtje te sturen. Inmiddels heb ik de foto verstuurd. En wat blijkt? Twee nieuwe volgers van mijn blog. Ik kon mijn geluk niet op.

Wat mij overigens geholpen heeft, is het luisteren naar de podcast “30 Minuten Sluitertijd”, waarin Niels de Kemp (www.nielsdekemp.nl/) en Michiel Heijmans (www.michielheijmans.com) wekelijks over fotografie spreken. Vooral de aflevering “Portretten op straat, hoe vraag je iemand?” gaf mij net dat extra zetje. (Luister zelf maar: www.30minutensluitertijd.nl/portretten-op-straat-hoe-vraag-je-iemand)
Meestal zit groei in iets kleins, een inzicht, een zin, een herkenning. Zo zie je maar weer. Noem het toeval, noem het een samenloop van omstandigheden, maar voor mijn gevoel waren de fotografiegoden mij die dag goedgezind. En zo werd een voornemen uit een blog ineens werkelijkheid op een brug in Utrecht.
Van Voornemen naar Ontmoeting
Wanneer een belofte richting wordt
En zo werd een voornemen uit mijn blog ineens werkelijkheid op een brug in Utrecht. Wat ik mij eind 2025 had voorgenomen, bewuster het gesprek aangaan, minder toevallig en meer aandachtig, kreeg daar handen en voeten, niet groots, niet spectaculair. Maar precies zoals het moet gaan: in het moment zelf. Een aarzeling die geen blokkade werd, maar een deur die openging. Misschien is dat wel de essentie van 2026. Niet harder kijken, maar opener. Niet alleen registreren wat er gebeurt, maar ook durven deelnemen. De stap zetten van observeren naar ontmoeten. Belofte maakt schuld, zei ik. Maar soms wordt een belofte geen last, soms wordt het een richting.

Utrecht glimlachte die dag.
Maar misschien glimlachte ik zelf ook wel een beetje terug.
André